Deze zomer toont de Kunsthal een fotoserie over het fenomeen frietkot. Verschillende fotografen lieten zich inspireren door deze Europese vorm van snackcultuur en haar geïmproviseerde architectuur. In meer dan vijftig foto's brengen zij een ode aan de kleurrijke constructies waar we vaak achteloos aan voorbij gaan. Door onder andere de internationalisering en allerlei regelgeving dreigt het 'vernacular' frietkot te verdwijnen uit het straatbeeld. In België beschouwt men het frietkot als nationaal erfgoed en wordt inmiddels gepleit voor de plaatsing van frietkramen op een monumentenlijst.
Het frietkot is een ontmoetingsplek voor de nachtelijke uren of juist op zomerse dagen, maar het staat er op druilerige dagen meestal troosteloos bij. De Kunsthal toont beide gezichten van het frietkot, populair en desolaat. De tentoonstelling omvat foto's vanaf de jaren tachtig tot heden van onder andere Christoph Buckstegen (Duitsland); Marko Hämäläinen (Finland); Paul Ilegems ( België); Martin Kers (Nederland) en Jenny Nordquist (UK/Zweden).