De donkere kant van Dick Bruna

10 maart 2018 – 19 augustus 2018
Hal
4
‘De donkere kant van Dick Bruna’ richt zich op de andere beeldtaal van Neerlands nijntje-creator. Dick Bruna (1927 – 2017) maakte tussen 1955 en 1970 ruim 2.000 boekomslagen voor detectives en andere spannende verhalen uit de Zwarte Beertjes pocketreeks van uitgeverij A.W. Bruna & Zoon. De meer dan 350 boekcovers, tekeningen, affiches en collages in de tentoonstelling laten het meesterschap en de verhalende blik van Dick Bruna zien. Met zijn ontwerpen heeft hij in belangrijke mate bijgedragen aan het eigen karakter van de reeks.

Aan het begin van de jaren 50 neemt de verkoop van pocketboeken een grote vlucht. De Zwarte Beertjes-serie wordt mateloos populair door de eigenzinnige detective-personages die Dick Bruna in samenspel met de tekstschrijvers weet te creëren. De covers spelen een cruciale rol en jagen de verkoop in de honderden stationskiosken aan. Met minimale beeldelementen geeft Bruna het kleinste detail betekenis en prikkelt hij de fantasie. Bizarre titels als ‘Het gefluister in het duister’ en ‘De stem in de nacht’ doen op zichzelf al het ergste vrezen, Bruna weet dit met zijn pakkende beeldtaal krachtig te onderstrepen. Van Havanks inspecteur Charles C.M. Carlier maakt Bruna een trefzekere man die met ferme stap over de cover loopt en kordaat een sigaar rookt. Voor ‘De Saint’, een schietgrage, avontuurlijke held, ontwikkelt Bruna een draadfiguurtje dat altijd in beweging lijkt. En bij commissaris Maigret van George Simenon geeft Bruna de kijkers slechts een object als aanduiding: met zijn iconische pijp weet Bruna de gemoedstoestand en grote vragen die de speurder dwarszitten bloot te leggen. 

Zwarte Beer

Ook het onschuldige Zwarte Beertje, het herkenbare logo van de hand van Dick Bruna, gaat een eigen leven leiden en siert naast de rug van de pockets menig affiche. Het ligt voor de hand de tekenaar het ontstaan van de naam van de zwarte beer toe te dichten, als tegenhanger van de witte nijn die in hetzelfde jaar het levenslicht ziet. Het is echter Jaap Romijn, directeur van de firma Bruna, die in 1954 samen met Dick en vader Abs Bruna, op zoek naar een passende titel voor een nieuwe serie boekjes, via ‘Bruna’ en ‘bruin’ op het ‘zwarte beertje’ komt. Dick Bruna was bijzonder gesteld op zijn Zwarte Beer. Hij beschouwde hem als zijn alter ego, getuige de publicatie De beer is dood die in zijn opdracht postuum uitkomt.

Zie ook

weduwewilgen.jpg
Dick Bruna, Havank [De weduwe in de wilgen / Zwarte Beertjes 241], 1959