Levitt behoort tot de invloedrijkste fotografen van haar generatie. Al vroeg in haar carrière krijgt ze een solotentoonstelling in het Museum of Modern Art, op een moment dat fotografie nog nauwelijks als zelfstandige kunstvorm wordt erkend. Toch bleef ze zelf op de achtergrond. Over haar werk zei ze weinig: "Gewoon wat je ziet. Als het makkelijk onder woorden te brengen was, was ik wel schrijver geworden."
De straten van New York
De tentoonstelling opent met Levitts vroege jaren dertig: intieme beelden van het dagelijks leven in Harlem, de Lower East Side en Hell's Kitchen. In diezelfde periode beweegt Levitt zich in het gezelschap van twee van de grootste fotografen van de twintigste eeuw: Henri Cartier-Bresson inspireert haar werkwijze, Walker Evans introduceert haar in zijn netwerk.
Krijtsporen
Vanaf 1937 geeft Levitt les aan kinderen in East Harlem via het Federal Art Project. Onderweg naar school fotografeert ze de krijttekeningen van kinderen op muren en stoepen, soms met de makers zelf in beeld. Je ziet ook de Roma- en Sinti-families die ze vastlegt in Spanish Harlem en Yorkville, met kinderen altijd centraal, omringd door de spullen van hun gezin.
Vastberaden blik
Tussen 1938 en 1940 maakt Levitt haar meest iconische werk en ontwikkelt ze haar herkenbare fotografische stijl. Ze gebruikt hiervoor onder meer de winkelsucher: een speciaal zoekertje waarmee ze één kant op kijkt terwijl de camera de andere kant op wijst. Zo blijft ze vrijwel onzichtbaar. Het resultaat zijn beelden waarin mensen volledig in zichzelf lijken op te gaan: een kind dat geconcentreerd speelt, iemand die even stilvalt in de drukte van de straat.

Mexico
In 1941 reist Levitt naar Mexico-Stad, een van haar weinige reizen naar het buitenland, geraakt door de foto's die Cartier-Bresson er eerder maakte. Ze verblijft er vijf maanden en trekt naar wijken buiten het centrum. De beelden zijn rauwer en directer dan haar New Yorkse werk: armoede en sociale ongelijkheid zijn onmiskenbaar aanwezig.
Film en boek
Halverwege de jaren veertig maakt Levitt samen met Janice Loeb en James Agee de korte zwart-witfilm In the Street, een vroege voorloper van cinéma vérité. Parallel werkte ze aan A Way of Seeing, een boek met haar New Yorkse foto's dat door tegenslagen pas in 1965 verscheen en sindsdien geldt als de meest expliciete duiding die Levitt ooit van haar eigen werk toestond.
De radicale keuze voor kleur
Aan het eind van de jaren vijftig kiest Levitt voor kleur, op een moment dat zwart-wit nog de norm is in de kunstfotografie. Dankzij een beurs van de Guggenheim Foundation kan ze zich er volledig op toeleggen. Bekijk haar kleurenfoto's uit de jaren zestig tot begin jaren negentig precies zoals ze ze zelf presenteerde: als afdruk én als geprojecteerde dia. Een felrode auto tegen een verweerde gevel, pasteltinten op stoepen en trappen. Kleur wordt hier geen toevoeging, maar compositie.
Late jaren
Vanaf de jaren tachtig, als het leven zich minder op straat afspeelt, fotografeert Levitt minder frequent. Toch blijft ze tot op hoge leeftijd doorgaan. In 2009 overlijdt ze in New York, ze is dan 95 jaar oud. Haar foto's zijn nog altijd te zien in musea wereldwijd en worden tot de klassiekers van de straatfotografie gerekend.
Samenwerking
De tentoonstelling Helen Levitt. City at Play is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met Fundación Mapfre, Madrid.
Voor de pers



