metamorphoses
2000 years after Ovid

Jan. 18, 2020 – April 12, 2020
Hal
7
Two thousand years ago, the Roman poet Ovid wrote his best-known work ‘the Metamorphoses’. It is a collection of mythological stories describing history from the creation of earth right up to Ovid’s own time. The protagonists are classical gods, mortals, and mythical creatures. Almost every story ends with a metamorphosis. For centuries, Ovid’s inventive and playfully written stories have been a source of inspiration to visual artists, composers and writers. Maria van Donkelaar (Rotterdam, 1947) rewrote 23 stories from the Metamorphoses into light-hearted flowing verses. Sylvia Weve (Utrecht, 1958) created expressive, surrealistic and humorous illustrations to accompany the stories. This resulted in the book: ‘Zo kreeg Midas ezelsoren’ (How Midas got his donkey ears), which was awarded the Zilveren Griffel in 2019. Last autumn Weve received the Max Velthuijs Prize, an oeuvre award for illustrators of children's books. The exhibition ‘Metamorphoses, 2000 years after Ovid’, contains eight stories and shows how Ovid’s universal themes carry through to the present and make his work relevant to this very day.

Dankzij de Metamorfosen van Ovidius is een groot aantal verhalen uit de klassieke oudheid beroemd geworden. Zijn verzameling verhalen vertelt over mensen, klassieke goden en mythische wezens die in veel gevallen een dramatische gedaantewisseling (metamorfose) ondergaan. Zo veranderen Philemon en Baucis in een eik en linde. En krijgt koning Midas ezelsoren omdat hij de kant van Pan kiest in een muzikale competitie met Apollo. Ovidius zijn ongeveer 12.000 dichtregels tellende werk was in de eerste eeuw na Christus vernieuwend door zijn lichtvoetige stijl. De dichter schildert de goden als gewone mensen af, met hun zwaktes en verliefdheden, maar ook met hun superkrachten. 

Mythologie van nu

Van Donkelaar en Weve vertalen de 23 mooiste verhalen van Ovidius in een toegankelijk boek met korte gedichten in kolommen van 8 regels en pagina vullende prenten. De goden, helden en wezens zijn in de moderne tijd geplaatst. Boven het labyrinth in Knossos dat Daedalus voor koning Minos ontwerpt, hangen een helikopter en zeppelin in de lucht. Op andere prenten duiken Chanel-tasjes en bikini’s op. Met humor worden de toch vaak tragische gebeurtenissen vol wraakzucht, liefde en bedrog neergezet. Per spread krijgt de tekst een bescheiden plek, en is er alle ruimte voor de uitgesproken illustraties van Weve. In rake zwarte lijnen en opvallende kleuren zijn vaak meerdere (soms gruwelijke) scènes van het verhaal te volgen. Het boek is bedoeld voor lezers vanaf 12 jaar.

Herkenning en ontdekking

De presentatie in de Kunsthal bevat zeer populaire Metamorfosen: van beeldhouwer Pygmalion die verliefd wordt op het ivoren beeld dat hij zelf maakt tot Orpheus die zijn geliefde Eurydice uit de onderwereld wil redden, maar niet mag omkijken. Naast bekende karakters is ook gekozen voor de vertellingen over bijvoorbeeld Philemon en Baucis die Jupiter en Mercurius op bezoek krijgen en beloond worden voor hun gastvrijheid. Zo zorgt ‘Zo kreeg Midas ezels oren’ voor herkenning én ontdekking van verhalen uit Ovidius’ eeuwenoude ‘bestseller’.

Max Velthuijs oeuvre-prijs

Maria van Donkelaar (Rotterdam, 1947) heeft al meerdere titels op naam staan waarin zij eeuwenoude verhalen bewerkt. Zo herschreef zij populaire fabels in ‘Boven in een groene linde zat een moddervette haan’ (2009). Sylvia Weve (Utrecht, 1958) ontving in het najaar van 2019 de Max Velthuijs prijs. Een drie jaarlijkse oeuvre prijs die wordt toegekend aan illustratoren van kinderboeken.

6. Cyparissus_LR.jpg
Cyparissus
4. Orpheus en Euridyce.jpg
Orpheus en Euridyce
7. Philemon en Baucis_LR.jpg
Philemon en Baucis